
Heeft u een rolstoel tijdelijk nodig, bijvoorbeeld na een operatie of een botbreuk, dan leent u er meestal een via een thuiszorgwinkel of uitleenpunt. De eerste periode — vaak dertien of zesentwintig weken — is doorgaans kosteloos of tegen een kleine borg.
Dat gaat via de basisverzekering of via een uitleenregeling van uw verzekeraar. U hoeft er zelden lang op te wachten en u kunt hem vaak dezelfde dag ophalen.
De stoelen die u zo krijgt zijn standaardmodellen: stevig, zwaar en met massieve banden. Voor tijdelijk gebruik is dat prima. Hoe een aanvraag via de Wmo verloopt en waar u zich meldt, legt Regelhulp van de rijksoverheid uit.
Is de rolstoel voor langere tijd of blijvend nodig, dan loopt het via de Wmo en dus via uw gemeente. U meldt zich daar, er volgt een gesprek en meestal een beoordeling door een ergotherapeut die kijkt naar uw situatie, uw woning en wat u wilt kunnen.
De gemeente verstrekt de stoel in bruikleen of geeft een persoonsgebonden budget waarmee u hem zelf aanschaft. Onderhoud en reparatie zitten er bij bruikleen in.
Houd rekening met doorlooptijd: van melding tot levering zijn enkele weken normaal, soms langer. Begin daarom op tijd en niet pas als het echt niet meer gaat.
Vraag bij het Wmo-gesprek expliciet naar de mogelijkheid van een tweede voorziening. Sommige gemeenten verstrekken naast een stoel voor buiten ook een lichte stoel voor in de auto; andere niet. Dat wordt zelden uit zichzelf aangeboden.
Een tweede rolstoel voor in de auto, een lichtgewicht model voor vakanties, of een reservestoel — daarvoor is de Wmo niet bedoeld, en die koopt u zelf.
Hetzelfde geldt als u iets specifieks wilt dat buiten het gemeentelijke aanbod valt. Sommige gemeenten vergoeden dan het standaardbedrag en betaalt u het verschil bij; vraag daarnaar, want dat verschilt per gemeente.
Prijzen lopen uiteen van rond de honderdvijftig euro voor een eenvoudige transportrolstoel tot meer dan duizend voor een lichtgewicht zelfbeweger. Voor incidenteel gebruik is huren per week vaak goedkoper dan kopen.
Zet op papier waarvoor de stoel nodig is: binnen of buiten, hoe vaak, welke afstanden, en of iemand duwt. Dat zijn precies de vragen die bij een Wmo-gesprek aan bod komen.
Meet de deuren en drempels in huis en noteer of er een drempel bij de voordeur zit. Een stoel die niet door de gang past, is een probleem dat vooraf op te lossen is en achteraf niet.
En vraag naar een proefperiode. Bij zowel gemeenten als leveranciers is het gebruikelijk dat u een model een week probeert. Dat is de enige manier om erachter te komen of de maatvoering in het dagelijks leven klopt.
Regels en bedragen verschillen per gemeente en veranderen jaarlijks; kijk daarom altijd op de website van uw eigen gemeente of bel het Wmo-loket.