Kiezen en passen

Zitbreedte bepalen: de maat waar het het vaakst op misgaat

Oprolbare meetlint met groene behuizing en uitgetrokken gele meetband tegen witte achtergrond
Foto: Evan-Amos — Public domain · Wikimedia Commons

Meet zittend, niet staand

Laat de persoon rechtop op een vlakke stoel zitten met de voeten plat op de grond, en meet de breedte op het breedste punt van heupen of bovenbenen. Meet horizontaal, van buitenkant tot buitenkant, en druk niet in.

Doe dat met de kleding aan die normaal gedragen wordt. Een winterjas scheelt zomaar vier centimeter, en een rolstoel wordt buiten gebruikt.

Tel bij die maat twee tot vier centimeter op. Dat is de zitbreedte die u zoekt: genoeg ruimte om te schuiven en een jas te dragen, zonder dat er speling ontstaat. Onafhankelijke uitleg over maatvoering en het kiezen van een rolstoel staat in de Hulpmiddelenwijzer.

Waarom te ruim erger is dan het lijkt

In een te brede stoel zakt iemand naar één kant. Dat geeft binnen enkele weken een scheve zithouding, en op termijn klachten aan rug en nek die veel lastiger te herstellen zijn dan een verkeerde stoel.

Daarnaast wordt zelf rijden zwaarder: de hoepels zitten verder van het lichaam, waardoor de schouders in een ongunstige hoek werken. Wie dagelijks rijdt, merkt dat aan de schouders voordat hij het aan de houding merkt.

Een te brede stoel past bovendien slechter door deuren. Elke centimeter zitbreedte betekent ongeveer een centimeter totale breedte erbij.

En te smal

Een stoel die knelt, geeft drukplekken op de heupen — precies op de plek waar de huid dun is en de botten dicht onder het oppervlak liggen. Bij iemand die de hele dag zit, kan dat binnen dagen tot een wond leiden.

Het is bovendien onprettig en dat merkt u meteen: mensen gaan schuiven, hangen of weigeren de stoel te gebruiken.

Twijfelt u tussen twee maten, kies dan de ruimere en vul die op met een zijkussen. Opvullen kan; ruimte maken niet.

De andere maten die meetellen

Zitdiepte: meet van de knieholte tot de rugleuning en trek daar vijf centimeter vanaf. Zit de stoel te diep, dan drukt de rand in de knieholte en gaat iemand onderuitzakken.

Zithoogte bepaalt of de voeten steun hebben en of de stoel onder tafel past. Standaard is zo'n vijftig centimeter; wie zelf met de voeten meeloopt, wil lager.

Rughoogte hangt af van hoeveel steun nodig is. Tot onder de schouderbladen geeft bewegingsvrijheid voor wie zelf rijdt; hoger geeft steun voor wie dat nodig heeft. Laat dit beoordelen door een ergotherapeut als iemand langdurig in de stoel zit.

Laat de maten na een paar maanden opnieuw beoordelen als iemand aankomt of afvalt. Een verschil van vijf kilo verandert de heupbreedte merkbaar, en een stoel die eerst goed zat kan dan gaan knellen of juist te ruim worden.

Wat een verkeerde maat op termijn doet

Bij dagelijks gebruik is de zithouding bepalend voor veel meer dan comfort. Een scheve houding belast één zitbeen zwaarder dan het andere, en juist daar ontstaan zitwonden — die maanden kunnen kosten om te genezen.

Daarnaast trekt een scheve houding de wervelkolom mee. Bij mensen die jaren in dezelfde stoel zitten, is dat een van de belangrijkste oorzaken van blijvende rug- en nekklachten.

Dat is de reden dat maatvoering bij langdurig gebruik geen kwestie van voorkeur is maar van zorg. Laat het beoordelen door een ergotherapeut, ook als de stoel via de gemeente komt — juist dan, want dat advies zit meestal in de procedure.

Veelgestelde vragen

Wat is een gangbare zitbreedte?
Veertig tot achtenveertig centimeter dekt de meeste volwassenen. Achtenveertig en breder valt vaak al onder de zwaardere uitvoeringen.
Kan ik een te brede stoel opvullen?
Ja, met zijkussens of een smallere zitting. Dat is een prima tussenoplossing, maar geen reden om bewust te ruim te kopen.